ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0716
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vreemdelingenbewaring wegens schending wettelijke termijnen asielprocedure
Eiseres, een Eritrese asielzoekster, werd op 27 oktober 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld terwijl zij voorafgaand aan de bewaring al had aangegeven asiel te willen aanvragen. Door personele onderbezetting op het Aanmeldcentrum Schiphol kon zij pas ruim een maand later, op 30 november 2007, worden gehoord over haar asielaanvraag.
De rechtbank constateert dat verweerder artikel 59, eerste lid, onder a, van de Vreemdelingenwet 2000 onjuist toepast in een situatie die onder lid b valt, waardoor het wettelijke systeem omtrent bewaring wordt geschonden. De langdurige bewaring zonder spoedige behandeling van de asielaanvraag schaadt de belangen van eiseres, die bovendien in detentie zit en te maken heeft met taalproblemen.
De rechtbank benadrukt dat bewaring bij asielzoekers zo beperkt mogelijk moet worden toegepast en dat de termijn van artikel 59, vierde lid, niet wordt nageleefd. Verweerder kan de termijn van zes weken niet verlengen omdat het eerste gehoor niet binnen vier weken plaatsvindt. Daarom beveelt de rechtbank de onmiddellijke opheffing van de bewaring en kent zij eiseres een schadevergoeding toe van €630,-- voor negen dagen onrechtmatige vrijheidsontneming.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de Staat tot betaling van proceskosten van €644,--. De uitspraak onderstreept het belang van een voortvarende asielprocedure en het respecteren van wettelijke termijnen bij vreemdelingenbewaring.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens schending van artikel 59 Vw 2000 en eiseres krijgt een schadevergoeding toegekend.