ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0690
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens strijd met eigen beleid en onvoldoende motivering
Eisers, beiden van Colombiaanse nationaliteit, vroegen op 29 maart 2004 een verblijfsvergunning asiel aan. Verweerder wees deze aanvragen bij besluiten van 13 februari 2006 af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het asielrelaas. Eisers stelden dat zij niet de mogelijkheid kregen om binnen de voorgeschreven termijn aanvullingen en correcties op het aanvullend gehoor in te dienen, wat in strijd is met het eigen beleid van verweerder zoals neergelegd in artikel 3.111 Vreemdelingenbesluit 2000 en de Vreemdelingencirculaire 2000.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onterecht niet de voorgeschreven termijn van twee weken gaf voor het indienen van aanvullingen en correcties, wat in strijd is met artikel 4:84 Awb Pro. Daarnaast was het oordeel van verweerder dat het asielrelaas ongeloofwaardig was onvoldoende gemotiveerd. Verweerder hield onvoldoende rekening met de vermoeidheid en duizeligheid van eiseres tijdens het gehoor, de eerdere intrekking van besluiten, en de consistentie van de verklaringen over bedreigingen door FARC-leden. Ook werden tegenstrijdigheden die verweerder aanvoerde niet als zodanig erkend door de rechtbank.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de bestreden besluiten en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van €644,- ten gunste van eisers.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzingsbesluiten en draagt verweerder op nieuwe besluiten te nemen binnen zes weken.