ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0643
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.C. Greeuw
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende nieuwe feiten
Eiseres, van Iraakse nationaliteit en behorend tot de Koerdische bevolkingsgroep, diende in 2002 een asielaanvraag in die aanvankelijk werd afgewezen, maar bij eerdere uitspraak werd haar asielrelaas als geloofwaardig beoordeeld. In het onderhavige beroep betwist zij dat zij nieuwe feiten heeft verstrekt die de geloofwaardigheid aantasten.
De rechtbank overweegt dat eiseres in 2005 naar Turkije is gereisd en daar is aangehouden, maar dat dit verblijf en het niet meer beschikken over haar Iraakse paspoort geen verband houden met haar oorspronkelijke asielrelaas. Verweerder baseert zijn afwijzing mede op een incidentnotitie van de Koninklijke Marechaussee waarin wordt gesteld dat eiseres naar Noord-Irak wilde reizen, hetgeen eiseres ontkent en mogelijk het gevolg is van een misverstand of onjuiste vertaling.
De rechtbank hecht meer waarde aan het gehoor met tolk bij verweerder dan aan de verklaring bij de KMar waarbij geen officiële tolk aanwezig was. Verweerder heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat sprake is van nieuwe feiten die de geloofwaardigheid van het asielrelaas ondermijnen.
Daarom wordt het bestreden besluit vernietigd wegens strijd met de Algemene wet bestuursrecht en wordt verweerder opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van €644,-.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.