ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0635
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Gorter
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel bekeerde Iraanse christen
Eiser, een Iraanse staatsburger, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, stellende dat hij als militair was gedeserteerd, gevangen zat en gemarteld werd in Iran en dat hij zich in Nederland tot het christendom had bekeerd. Verweerder wees de aanvraag af wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas, mede gebaseerd op een individueel ambtsbericht dat twijfels opriep over de verblijfstijd en visumaanvragen van eiser.
De rechtbank oordeelde dat het verweer van eiser tegen het ambtsbericht onvoldoende was om het als deskundigenbericht te weerleggen. Wel werd geoordeeld dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom eiser niet voldeed aan de voorwaarden van het WBV 2007/15 voor Iraanse bekeerlingen tot het christendom, mede gelet op het nader gehoor van eisers broer die als vluchteling erkend is.
De rechtbank stelde vast dat het risico op schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer naar Iran reëel is, gelet op de politieke achtergrond van de familie en de ernstige gebeurtenissen die zij hebben ondergaan. De afwijzing van de verblijfsvergunning was daarom onvoldoende gemotiveerd en het beroep werd gegrond verklaard. Verweerder werd opgedragen een nieuwe beslissing te nemen en werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en aannemelijk risico op schending van artikel 3 EVRM.