ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0445
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Poustochkine
- Van As
- Meessen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens gebrek aan bewijs van ambtsmisbruik en steekpenningen bij gemeentelijke opdrachten
De zaak betreft een verdenking dat verdachte, als directeur en eigenaar van een bedrijf, steekpenningen zou hebben betaald aan een medeverdachte die als directeur Sociale Zaken en Arbeidsmarktbeleid van een gemeente fungeerde. Deze medeverdachte zou het bedrijf bevoordeeld hebben met opdrachten voor trainingen en omscholingsprojecten.
De verdenking ontstond na een aangifte door de gemeentesecretaris, waarna politieonderzoek plaatsvond met verhoren van verdachte en medeverdachte. Het openbaar ministerie dagvaardde hen meer dan een jaar later. Tijdens de terechtzitting op 4 december 2007 werd verdachte gehoord en bijgestaan door raadsman.
De rechtbank oordeelde dat er geen wettig en overtuigend bewijs was dat de medeverdachte in strijd met zijn ambtsplicht handelde of dat verdachte steekpenningen betaalde. Hierdoor werd verdachte vrijgesproken van alle hem ten laste gelegde feiten. De gevorderde straf door het OM werd niet toegewezen wegens gebrek aan bewijs.
Het vonnis werd uitgesproken op 18 december 2007 door de meervoudige kamer van de rechtbank 's-Gravenhage, waarbij de rechters unaniem tot vrijspraak kwamen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs voor de ten laste gelegde feiten.