ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0090
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren vreemdelingenbewaring en zicht op uitzetting Surinaamse vreemdeling
Eiser, een vreemdeling van Surinaamse nationaliteit, is op 14 juni 2007 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze bewaring en verzocht tevens om schadevergoeding. Eiser voerde aan dat verweerder onvoldoende voortvarendheid betracht bij de voorbereiding van zijn uitzetting en dat er geen voldoende zicht op uitzetting bestaat, mede omdat de presentatie bij de Surinaamse autoriteiten pas gepland stond voor februari 2008.
Verweerder stelde dat de planning van presentaties plaatsvindt op basis van de ontvangstdatum van de laissez passer-aanvraag (lp-aanvraag) en dat de uitzetting met voldoende voortvarendheid wordt voorbereid. De rechtbank stelde vast dat verweerder aanvankelijk onjuiste informatie had verstrekt over de planning en voortgang, maar dat de lp-aanvraag uiteindelijk op 3 juli 2007 door de lp-afdeling was ontvangen. Gelet hierop en het vertrekgesprek op 29 juni 2007 achtte de rechtbank de termijn die verweerder heeft genomen niet onredelijk.
De rechtbank overwoog verder dat eiser door zijn weigering tot medewerking zelf de duur van de bewaring kan beïnvloeden, bijvoorbeeld door contact op te nemen met het Surinaamse consulaat om eerder te worden gepresenteerd. De rechtbank concludeerde dat er voldoende zicht op uitzetting bestaat en dat de bewaring niet onrechtmatig is. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.