ECLI:NL:RBSGR:2007:BC0088
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning asiel wegens ondeugdelijke motivering risico terugkeer Soedan
Eiser, een Soedanese Nuba, vluchtte in 2002 uit Soedan vanwege detenties, mishandeling en een dreiging tot dood door de autoriteiten. Hij vroeg asiel aan en kreeg aanvankelijk een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Bij aanvraag van verlenging voor onbepaalde tijd werd deze geweigerd omdat de minister meende dat het categoriale beschermingsbeleid voor Nuba's was beëindigd en het individuele asielrelaas onvoldoende aannemelijk was.
Eiser beriep zich op artikel 3 EVRM Pro en een VN-publicatie uit 2006 die stelt dat terugkerende jonge mannen uit Soedan, die langer dan een jaar buiten het land verbleven, risico lopen op detentie en ondervraging. De minister ging hier onvoldoende concreet op in en achtte het relaas ongeloofwaardig, mede vanwege het ontbreken van documenten en het niet aannemelijk achten van de dreiging.
De rechtbank oordeelde dat de minister het relaas van eiser over eerdere detenties en meldplicht wel geloofwaardig achtte, maar onvoldoende had gemotiveerd waarom de VN-publicatie en de risico's die daarin worden genoemd niet van toepassing zouden zijn. Hierdoor was sprake van een ondeugdelijke motivering. De rechtbank vernietigde het besluit, verklaarde het beroep gegrond en beval een nieuw besluit met inachtneming van deze uitspraak.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van €644,- aan eiser. Het beroep werd behandeld op basis van de Vreemdelingenwet 2000 en jurisprudentie over categoriale bescherming en individuele asielgronden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens ondeugdelijke motivering.