ECLI:NL:RBSGR:2007:BB9902
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens beperkt zicht op uitzetting naar China
Eiseres, een Chinese nationaliteit dragende vreemdeling, is sinds 8 juni 2007 in bewaring gesteld wegens het ontbreken van identiteitspapieren en het ontbreken van vaste woon- en verblijfplaats. Na meerdere toetsingen van de rechtmatigheid van de bewaring, waaronder een uitspraak van 5 oktober 2007, is thans de voortzetting van de maatregel aan de orde.
Eiseres betoogt dat er geen reëel zicht is op uitzetting naar China, mede vanwege het gebrekkige Chinese persoonsregistratiesysteem en het lage aantal afgegeven laissez-passer documenten. Zij heeft zelf pogingen ondernomen om documenten te verkrijgen, waaronder contact met de Chinese ambassade en brieven aan voormalige werkgevers in China. Verweerder stelt dat er wel degelijk zicht is op uitzetting en dat hij voldoende voortvarend handelt.
De rechtbank overweegt dat hoewel het zicht op uitzetting beperkt is, eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat uitzetting onmogelijk is. Wel weegt na bijna zes maanden bewaring het belang van eiseres bij haar vrijheid zwaarder. Gelet op de beperkte frustratie van het onderzoek en haar persoonlijke omstandigheden, waaronder een Nederlandse partner en bereidheid tot meldplicht, wordt de voortzetting van de bewaring als onrechtmatig beoordeeld.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt onmiddellijke opheffing van de bewaring per 3 december 2007, wijst het verzoek om schadevergoeding af en veroordeelt de Staat tot betaling van proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: De rechtbank beveelt onmiddellijke opheffing van de bewaring wegens beperkt zicht op uitzetting naar China.