ECLI:NL:RBSGR:2007:BB9872
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning zelfstandige wegens ontbreken wezenlijk Nederlands economisch belang
Eiser, een Turkse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning als zelfstandige, gericht op arbeid bij een Islamitische slagerij. Verweerder wees de aanvraag af omdat volgens het geldende beleid geen wezenlijk Nederlands economisch belang wordt gediend met deze bedrijfsactiviteiten, en daarom geen advies aan de Minister van Economische Zaken wordt gevraagd.
Eiser voerde aan dat het beleid van 1 mei 2006, waarin bedrijfsactiviteiten niet langer categorisch worden uitgesloten maar individueel worden beoordeeld, reeds van kracht is. Dit werd onderbouwd met e-mailcorrespondentie. De rechtbank oordeelde dat deze notitie slechts een beleidsvoornemen is en nog niet is omgezet in beleid of gepubliceerd. Er is geen bewijs dat het beleid daadwerkelijk is gewijzigd.
Daarnaast stelde eiser dat het uitsluiten van bepaalde bedrijfsactiviteiten in strijd is met de standstill-bepaling van het Aanvullend Protocol bij de Associatieovereenkomst EEG-Turkije. De rechtbank oordeelde dat het huidige beleid geen strengere voorwaarden stelt dan in 1973 en dus niet in strijd is met deze bepaling.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening die uitzetting zou verbieden, werd afgewezen. De rechtbank bevestigde dat het bestreden besluit stand houdt en dat eiser niet in aanmerking komt voor de gevraagde verblijfsvergunning.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.