ECLI:NL:RBSGR:2007:BB8768
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen ongewenstverklaring ex-officier Afghaanse veiligheidsdienst
Verzoeker, een voormalige officier van de Afghaanse veiligheidsdienst KhAD/WAD, is op grond van artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag en artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 ongewenst verklaard vanwege vermeende betrokkenheid bij ernstige mensenrechtenschendingen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verweerder terecht heeft geconcludeerd dat verzoeker persoonlijk en bewust heeft deelgenomen aan deze misdrijven, gelet op zijn rang en functie binnen de veiligheidsdienst en het ambtsbericht van 29 februari 2000. Verzoekers ontkenningen en overgelegde verklaringen bieden onvoldoende aanleiding tot twijfel aan dit ambtsbericht.
Verzoeker voerde tevens aan dat terugkeer naar Afghanistan een schending van artikel 3 EVRM Pro oplevert wegens risico op foltering, en dat het besluit zijn recht op gezinsleven volgens artikel 8 EVRM Pro schendt. De rechter acht deze gronden onvoldoende concreet onderbouwd en stelt dat de belangenafweging, mede gelet op het gevaar voor de openbare orde, in redelijkheid in het voordeel van de staat uitvalt.
Daarom wordt het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening afgewezen en kan verzoeker uit Nederland worden verwijderd zolang het bezwaar tegen de ongewenstverklaring niet is toegewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen de ongewenstverklaring wordt afgewezen.