ECLI:NL:RBSGR:2007:BB8462
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Elkerbout, LLM
- Veldt-Foglia, LLM
- Sluiter, LLM
- Rechtspraak.nl
Rechtbank 's-Gravenhage beslist over jurisdictie bij genocide ten laste van verdachte uit Rwanda
De verdachte wordt verdacht van ernstige strafbare feiten gepleegd in Rwanda in april 1994, waaronder genocide, oorlogsmisdaden en foltering. De vervolging is overgenomen van het Rwanda Tribunaal, dat de zaak wilde overdragen aan de Nederlandse autoriteiten. De rechtbank beoordeelt of zij bevoegd is om de verdachte te vervolgen voor genocide op basis van Nederlandse wetgeving en internationale verdragen.
De rechtbank concludeert dat op grond van de Nederlandse wetgeving die gold ten tijde van de feiten, geen directe jurisdictie bestaat voor genocide gepleegd door een niet-Nederlandse verdachte in het buitenland zonder Nederlandse slachtoffers of belangen. Ook de latere International Crimes Act, die bredere jurisdictie biedt, is niet van toepassing vanwege het ontbreken van retroactiviteit.
De rechtbank onderzoekt vervolgens de mogelijkheid van indirecte jurisdictie via verdragen of internationale besluiten, zoals het verzoek van het Rwanda Tribunaal. Hoewel het Tribunaal directe jurisdictie heeft en het verzoek tot overdracht van vervolging is gedaan, oordeelt de rechtbank dat het Tribunaal niet kan worden gelijkgesteld aan een buitenlandse staat in de zin van de Nederlandse wet. Ook biedt de Charter van de Verenigde Naties en het Statuut van het Tribunaal geen wettelijke basis voor overdracht van vervolging aan Nederland.
De rechtbank wijst het verzoek van de officier van justitie af en verklaart dat Nederland geen jurisdictie heeft om de verdachte te vervolgen voor genocide. De rechtbank benadrukt het belang van vervolging van ernstige internationale misdrijven, maar constateert een wettelijke lacune die door de wetgever moet worden ingevuld.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vervolging af wegens gebrek aan jurisdictie voor genocide.