ECLI:NL:RBSGR:2007:BB8140
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.P.F. Slijpen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over bijtelling autokostenforfait directeur-grootaandeelhouder
Eiser, directeur-grootaandeelhouder en belastingadviseur, maakte bezwaar tegen de bijtelling van een autokostenvoordeel in de inkomstenbelasting 2002. De auto werd door de maatschap ter beschikking gesteld en zowel zakelijk als privé gebruikt. Eiser voerde aan dat de bijtelling niet van toepassing was omdat de auto niet door zijn werkgever, de B.V., maar door de maatschap werd verstrekt.
De rechtbank oordeelde dat de auto aan eiser ter beschikking is gesteld in zijn hoedanigheid van werknemer en dat het voordeel uit de auto als loon moet worden aangemerkt op grond van artikel 3.82 juncto artikel 3.145 van de Wet inkomstenbelasting 2001. De bijtelling is niet beperkt tot terbeschikkingstelling door de werkgever zelf, maar kan ook van een derde afkomstig zijn.
Eiser stelde dat de bijtelling alleen geldt bij een dienstbetrekking tussen werknemer en degene die de auto ter beschikking stelt, maar de rechtbank verwierp dit en wees op het ruime loonbegrip. Ook het argument dat eiser slechts economisch eigenaar is via zijn maatschapsdeel werd niet gevolgd. De berekening van het voordeel op basis van de cataloguswaarde van € 68.067 werd juist bevonden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de bijtelling autokostenforfait wordt ongegrond verklaard en de aanslag blijft in stand.