ECLI:NL:RBSGR:2007:BB8039
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid beroep en toekenning schadevergoeding na onrechtmatige vrijheidsontneming
Eiser werd op 10 mei 2007 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Na een eerdere uitspraak van de rechtbank op 24 mei 2007 waarbij het beroep tegen de bewaring ongegrond werd verklaard, werd de vrijheidsontnemende maatregel op 15 juni 2007 opgeheven. Op 2 juli 2007 stelde eiser alsnog beroep in tegen de voortduring van de maatregel en vorderde opheffing en schadevergoeding.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is ondanks dat het na opheffing van de maatregel is ingesteld, conform een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De rechtbank is bevoegd het beroep te behandelen en ziet geen beletsel voor toekenning van schadevergoeding.
De rechtbank stelt vast dat de maatregel onrechtmatig was vanaf 25 mei 2007 tot de opheffing op 15 juni 2007, omdat verweerder onvoldoende voortvarend handelde en geen stappen zette ter uitzetting van eiser. De schadevergoeding wordt vastgesteld op €70 per dag, totaal €1470.
Daarnaast worden de proceskosten van eiser vastgesteld op €644 en wordt de Staat der Nederlanden veroordeeld tot betaling van zowel schadevergoeding als proceskosten. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en wijst het toe.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en eiser krijgt schadevergoeding en proceskosten toegekend wegens onrechtmatige voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel.