ECLI:NL:RBSGR:2007:BB8035
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel en schadevergoeding
Eiser werd op 17 juni 2007 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De vrijheidsontnemende maatregel werd op 19 juni 2007 opgeheven. Eiser stelde op 20 juni 2007 beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat het beroep ontvankelijk is, ook al was het ingesteld na opheffing van de maatregel, conform een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De rechtbank concludeerde dat zij bevoegd is om van het beroep kennis te nemen en dat het beroep niet aan een termijn is gebonden.
Inhoudelijk oordeelde de rechtbank dat verweerder adequaat heeft gehandeld met betrekking tot de medische situatie van eiser. De maatregel was niet onrechtmatig en de medische zorg was passend. Er was geen aanleiding om schadevergoeding toe te kennen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tevens zag de rechtbank geen reden voor toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.