ECLI:NL:RBSGR:2007:BB7617
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- C.C. de Rijke-Maas
- Rechtspraak.nl
Beëindiging leefgeld alleenstaande minderjarige vreemdeling na 18e verjaardag niet als besluit aangemerkt
Eiser, een alleenstaande minderjarige vreemdeling (amv), ontving leefgeld via Stichting NIDOS zolang hij onder voogdij stond. Na het bereiken van zijn 18e verjaardag op 22 januari 2007 werd de voogdij en daarmee de verstrekking van leefgeld beëindigd. Eiser maakte bezwaar tegen deze beëindiging, waarop niet tijdig werd beslist. Hij stelde dat het leefgeld niet automatisch zou mogen eindigen zonder een besluit waarin zijn belangen zijn afgewogen.
De voorzieningenrechter overwoog dat de beëindiging van het leefgeld niet voortvloeide uit een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat het leefgeld werd verstrekt op grond van voogdij en niet op basis van een publiekrechtelijke rechtshandeling. De voogdij eindigde van rechtswege bij meerderjarigheid, waardoor de wettelijke grondslag voor het leefgeld verviel.
Verder werd geoordeeld dat het bezwaar niet-ontvankelijk was omdat er geen besluit was waartegen bezwaar kon worden gemaakt. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op het bezwaar werd daarom eveneens niet-ontvankelijk verklaard. Het beroep tegen het besluit van 25 september 2007, waarin het bezwaar niet-ontvankelijk werd verklaard, werd ongegrond verklaard. Er was geen aanleiding voor een voorlopige voorziening.
Ten slotte werd eiser gewezen op de mogelijkheid om zich tot het COA te wenden voor eventuele financiële tegemoetkomingen aan meerderjarige vreemdelingen onder bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar is niet-ontvankelijk en het beroep tegen het niet-ontvankelijk verklaren van bezwaar is ongegrond verklaard omdat de beëindiging van leefgeld geen besluit is.