ECLI:NL:RBSGR:2007:BB7381
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Beëindiging huurovereenkomst wegens vertrek jongste kind en strijd met redelijkheid en billijkheid
De Stichting, een maatschappelijke organisatie die financiële hulp verleent, had een huurovereenkomst gesloten met de gedaagde, een vrouw die na haar echtscheiding met haar kinderen in een appartement kon blijven wonen tegen een lage huur. In de overeenkomst was bepaald dat deze zou eindigen drie maanden nadat het jongste kind het appartement verlaat.
De jongste dochter van de gedaagde had het appartement verlaten, waarna de Stichting de huurovereenkomst opzegde en de gedaagde sommeerde het appartement te verlaten. De gedaagde voerde verweer en stelde onder meer dat zij huurbescherming toekwam.
De voorzieningenrechter oordeelde dat ondanks de huurbescherming de omstandigheden van het geval, waaronder de maatschappelijke doelstelling van de Stichting en de duidelijke afspraak over het einde van de huurovereenkomst, maken dat het beroep op huurbescherming naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. De gedaagde krijgt een ontruimingstermijn van drie maanden toegewezen.
Uitkomst: De gedaagde is veroordeeld het appartement binnen drie maanden te verlaten en ontruimd aan de Stichting op te leveren.