ECLI:NL:RBSGR:2007:BB7268

Rechtbank 's-Gravenhage

Datum uitspraak
12 september 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
rolnr. 663512/07-10076
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • H.S. Wiarda
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 85 Rv
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering wegens ontbreken bewijs van overeenkomst mobiele telefonie

Transfair vordert betaling van openstaande telefoonkosten van [gedaagde] voortvloeiend uit een vermeende overeenkomst met T-Mobile voor mobiele telefonie. [gedaagde] betwist het bestaan van deze overeenkomst en stelt dat zijn legitimatiebewijs was gestolen, waardoor hij niet verantwoordelijk is voor de kosten. De kantonrechter stelt vast dat Transfair de schriftelijke overeenkomst niet heeft overgelegd, ondanks het verweer van [gedaagde] dat hij een afschrift verlangt.

Op grond van artikel 85 Rv Pro rust op Transfair de bewijslast om de overeenkomst te overleggen. De rechter is niet verplicht partijen in de gelegenheid te stellen schriftelijk bewijs te leveren, ook niet als dit expliciet wordt aangeboden. Gezien het ontbreken van de overeenkomst en het onvoldoende onderbouwde bewijsaanbod, wijst de kantonrechter de vordering af.

Transfair wordt veroordeeld in de proceskosten, welke nihil worden vastgesteld omdat [gedaagde] in persoon procedeert en geen externe kosten heeft gemaakt. Het vonnis is gewezen door kantonrechter H.S. Wiarda en uitgesproken op 12 september 2007.

Uitkomst: De vordering van Transfair wordt afgewezen wegens het niet overleggen van de overeenkomst.

Uitspraak

RECHTBANK 's-GRAVENHAGE
Sector kanton - locatie [woonplaats]
ISP
rolnr. 663512/07-10076
12 september 2007
Vonnis in de zaak van:
De besloten vennootschap Transfair B.V.,
gevestigd te Zwolle,
eisende partij,
gemachtigde: M.G. de Jong, gerechtsdeurwaarders- & incassokantoor te Arnhem,
rolgemachtigde: Blume Stolker & Roel, gerechtsdeurwaarders te 's-Gravenhage,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde partij,
procederend in persoon.
Partijen worden aangeduid als 'Transfair' en '[gedaagde]'.
Procedure
1. De kantonrechter heeft kennis genomen van de volgende, hier als herhaald en ingelast te beschouwen, stukken:
- de dagvaarding van 23 april 2007;
- het door de griffier opgemaakte verslag van de mondelinge conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- het door de griffier opgemaakte verslag van de mondelinge conclusie van dupliek.
Vordering
2. Transfair vordert de veroordeling van [gedaagde], uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling van € 270,22 met de wettelijke rente over € 230,19 en proceskosten. Daaraan legt zij - kort zakelijk weergegeven - ten grondslag dat T-Mobile een overeenkomst voor de duur van minimaal 12 maanden met [gedaagde] heeft gesloten ter zake mobiele telefonie. De overeenkomst betrof het telefoonnummer [nummer]. Ondanks aanmaning en sommatie is [gedaagde] in gebreke gebleven met de voldoening van de door hem verschuldigde telefoonkosten ten bedrage van € 230,19 over het tijdvak van 14 oktober 2004 tot 29 december 2004. Behalve dat bedrag vordert T-Mobile tevens wettelijke rente van 8 januari 2005 tot 8 juni 2005 ten bedrage van € 3,03 en buitengerechtelijke kosten ten bedrage van € 37,00. T-Mobile heeft haar vordering overgedragen op Transfair. [gedaagde] is daarvan bij brief van 28 februari 2005 in kennis gesteld.
Verweer
3. [gedaagde] betwist de vordering. Zakelijk weergeven komt zijn verweer er op neer dat hij nimmer een overeenkomst met T-Mobile heeft gesloten. Volgens [gedaagde] is zijn legitimatiebewijs gestolen en heeft hij daarvan aangifte gedaan bij de politie. Hij heeft een betalingsregeling met T-Mobile getroffen om "er van af te zijn".
Beoordeling
4. Ingevolge artikel 85, lid 1, van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering (hierna: Rv.) is een partij die zich bij dagvaarding, conclusie of akte op enig stuk beroept, verplicht een afschrift van het stuk bij te voegen, tenzij een afschrift reeds bij een eerder processtuk in dezelfde zaak was gevoegd. Deze verplichting vervalt indien de wederpartij verklaart geen afschrift te verlangen.
5. In dit geval stelt Transfair dat [gedaagde] een overeenkomst heeft gesloten met T-Mobile en zich door invulling en ondertekening van dit contract akkoord heeft verklaard met de Algemene Voorwaarden van T-Mobile. [gedaagde] heeft deze stelling met klem bestreden. De kantonrechter constateert dat Transfair het - ook na het door [gedaagde] bij antwoord gevoerde verweer - kennelijk niet nodig heeft gevonden de door haar gestelde schriftelijke overeenkomst in het geding te brengen. De kantonrechter begrijpt uit het verweer van [gedaagde] dat hij een afschrift van de overeenkomst verlangt. Hieruit volgt dat de op Transfair rustende plicht om de overeenkomst in het geding te brengen niet is komen te vervallen. De rechter kan uit het niet overleggen van de overeenkomst de gevolgtrekking maken die hij geraden acht. Hierbij dient bedacht te worden dat op de rechter geen plicht rust om partijen in de gelegenheid te stellen schriftelijk bewijs te leveren, zelfs niet indien een partij dat expliciet heeft aangeboden. De kantonrechter verwijst in dit verband naar het arrest van de Hoge Raad van 27 juni 1997 (NJ 1998, 328). Transfair heeft bij repliek weliswaar bewijs aangeboden van haar stellingen door alle middelen rechtens, in het bijzonder door de bij repliek ingebrachte producties, maar dit bewijsaanbod zal gelet op hetgeen hiervoor is overwogen worden gepasseerd. Dit betekent dat Transfair haar vordering onvoldoende heeft onderbouwd, zodat deze zal worden afgewezen.
6. Transfair zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure aan de kant van [gedaagde]. Nu [gedaagde] in persoon procedeert en dus geen kosten heeft hoeven maken voor externe rechtsbijstand en niet evenmin is gebleken van reis-, verblijf of verletkosten, zullen deze kosten worden vastgesteld op nihil.
Beslissing
De kantonrechter:
1. wijst de vordering van Transfair af;
2. veroordeelt Transfair in de proceskosten aan de kant van [gedaagde], tot op deze uitspraak vastgesteld op nihil.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. H.S. Wiarda en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 september 2007.