ECLI:NL:RBSGR:2007:BB7178
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E.M.J. Boogaard-Derix
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring en afwijzing beroep op schadevergoeding
Eiser is op 26 juli 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld wegens het ontbreken van een geldig identiteitsbewijs, geen vaste verblijfplaats, onvoldoende middelen van bestaan, verdenking van een misdrijf, en het niet naleven van zijn vertrektermijn. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en vroeg tevens om schadevergoeding.
De rechtbank overwoog dat eiser verplicht was te verschijnen op de zitting, maar dat het niet verschijnen gerechtvaardigd was vanwege een verklaring van het bevoegd gezag van de penitentiaire inrichting en instemming van de gemachtigde. De rechtbank beoordeelde vervolgens de rechtmatigheid van de bewaring en concludeerde dat de staandehouding niet ter beoordeling stond omdat deze onderdeel was van een strafrechtelijk voortraject.
Verder oordeelde de rechtbank dat het niet naleven van de vertrektermijn terecht als grond voor bewaring is genomen, ondanks een lopend verzoek tot voorlopige voorziening. De rechtbank vond voldoende grond om ernstig te vermoeden dat eiser zich aan uitzetting zou onttrekken. Ook de eerdere bewaring en de inspanningen tot uitzetting, waaronder het aanvragen van een laissez-passer, ondersteunen dit.
Gezien de medische situatie van eiser en de beschikbare begeleiding achtte de rechtbank de bewaring niet onevenredig bezwarend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af, omdat geen onrechtmatigheid was vastgesteld.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.