ECLI:NL:RBSGR:2007:BB6011
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.W.M. van Hoof
- C. van Linschoten
- G.A. van der Straaten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens ontbreken geldige machtiging tot voorlopig verblijf
Eiseres, van Turkse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning voor gezinshereniging bij ouder(s). Verweerder wees de aanvraag af omdat eiseres niet beschikte over een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en niet viel onder vrijgestelde categorieën volgens de Vreemdelingenwet 2000 en het Vreemdelingenbesluit 2000.
Eiseres voerde aan dat het vasthouden aan het mvv-vereiste excessief formalisme is, mede verwijzend naar een arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en de Richtlijn 2003/86 inzake gezinshereniging. Tevens stelde zij dat toepassing van de hardheidsclausule gerechtvaardigd was vanwege haar langdurige verblijf, medische situatie en gehechtheid aan familie in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat het mvv-vereiste een legitiem instrument is om toelatingseisen vooraf te toetsen en dat het niet kan worden gebruikt om achteraf verblijf te legaliseren. De omstandigheden van eiseres rechtvaardigden geen toepassing van de hardheidsclausule. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat de situatie van eiseres wezenlijk verschilde van die van andere vrijgestelde personen.
Ook het beroep op het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind en het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens werd verworpen. De rechtbank concludeerde dat de belangen van het kind in dit kader niet tot een andere uitkomst leiden en dat het mvv-vereiste niet in strijd is met het EVRM.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde de afwijzing van de verblijfsvergunning.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf.