ECLI:NL:RBSGR:2007:BB6009
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.W.M. van Hoof
- C. van Linschoten
- G.A. van der Straaten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning wegens ontbreken geldige machtiging tot voorlopig verblijf en geen toepassing hardheidsclausule
Eiser, een Turkse nationaliteit, heeft op 13 januari 2004 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel arbeid in loondienst. Deze aanvraag werd op 15 maart 2004 door verweerder afgewezen vanwege het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd op 22 juli 2005 ongegrond verklaard. Vervolgens stelde eiser beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank overwoog dat eiser niet viel onder de categorieën die zijn vrijgesteld van het mvv-vereiste en dat verweerder in redelijkheid het standpunt kon innemen dat er geen reden was voor toepassing van de hardheidsclausule. Eiser voerde aan dat hij al lange tijd in Nederland verbleef en dat hij zijn baan zou verliezen indien hij terug moest naar Turkije om een mvv aan te vragen, maar dit werd niet als voldoende zwaarwegend beschouwd.
Daarnaast stelde eiser zich op het standpunt dat het mvv-vereiste in strijd was met het Associatiebesluit 1/80, maar de rechtbank oordeelde dat dit besluit niet van toepassing was omdat eiser geen deel uitmaakte van de legale arbeidsmarkt en het ging om een eerste toelating.
Het beroep van eiser werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser op een verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van een geldige mvv en het niet toepassen van de hardheidsclausule.