ECLI:NL:RBSGR:2007:BB4737
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Vaststelling incidentele loonkostenontwikkeling in overheidsbijdrage arbeidskostenontwikkeling 2007
In deze zaak staat de vraag centraal of de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) bevoegd is om de post loonkostenontwikkeling incidenteel (ilo) in de overheidsbijdrage arbeidskostenontwikkeling (ova) 2007 eenzijdig vast te stellen op basis van beleidsmatige en budgettaire overwegingen, terwijl het convenant met werkgeversorganisaties voorschrijft dat de CPB-raming bepalend is.
De werkgeversorganisaties vorderen dat VWS wordt verboden de eenzijdige vaststelling van de ilo op -0,1% uit te voeren en wordt bevolen de ilo vast te stellen op 0%, conform de CPB-raming uit het Centraal Economisch Plan 2007. VWS verdedigt haar bevoegdheid met verwijzing naar haar brede verantwoordelijkheid binnen het kabinet en het budgetrecht.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het convenant een objectief referentiekader voorschrijft, gebaseerd op CPB-ramingen, en dat afwijkingen alleen onder strikte voorwaarden mogelijk zijn. Budgettaire en andere niet-objectieve overwegingen mogen niet meewegen bij de vaststelling van de ilo. VWS heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij bevoegd is eenzijdig af te wijken van de CPB-raming.
De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van de werkgevers toe, verbiedt VWS de bestuurlijke uitvoering van haar besluit van 23 juli 2007 en gebiedt VWS de ilo 2007 vast te stellen conform de CPB-raming. VWS wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: VWS is verboden de incidentele loonkostenontwikkeling eenzijdig vast te stellen en wordt bevolen de CPB-raming te volgen.