ECLI:NL:RBSGR:2007:BB4606
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige toepassing van handboeien tijdens staandehouding vreemdeling
Eiser werd op 2 september 2007 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Tijdens zijn staandehouding werden handboeien aangelegd, wat eiser betwistte als onrechtmatig en disproportioneel, verwijzend naar de Ambtsinstructie en jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank stelde vast dat artikel 50, eerste lid, van de Vw 2000 geen grondslag biedt voor vrijheidsbeneming tijdens staandehouding en dat het aanleggen van handboeien in strijd was met artikel 22 van Pro de Ambtsinstructie. Verweerder kon geen voldoende belangen aandragen die deze inbreuk op de lichamelijke integriteit rechtvaardigden, noch was sprake van vluchtgedrag of noodzaak tot het dragen van handboeien tijdens transport.
Daarmee was de vrijheidsontnemende maatregel onrechtmatig opgelegd. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, beval de opheffing van de bewaring per 21 september 2007 en kende eiser een schadevergoeding toe van €1.380,-. Tevens werden de proceskosten van €644,- aan eiser toegekend.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de bewaring wordt opgeheven wegens onrechtmatige toepassing van handboeien tijdens staandehouding.