ECLI:NL:RBSGR:2007:BB3686
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herhaalde asielaanvraag wegens ontbreken relevant nieuw recht en onvoldoende individuele bedreiging
Verzoeker, van Iraakse nationaliteit, diende een herhaalde aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Hij beriep zich op nieuw recht, namelijk het categoriaal beschermingsbeleid voor Centraal-Irak en op artikel 15, aanhef en onder c, van de Definitierichtlijn, dat bescherming biedt bij ernstige en individuele bedreiging door willekeurig geweld.
De rechtbank stelde dat het categoriaal beschermingsbeleid alleen relevant is indien verzoeker aannemelijk maakt dat hij uit Centraal-Irak afkomstig is. Dit was onvoldoende onderbouwd, mede omdat eerdere stukken al waren beoordeeld en afgewezen. Ook het beroep op artikel 15 c van de Definitierichtlijn faalde omdat verzoeker niet aannemelijk maakte dat hij een individuele bedreiging loopt, een vereiste die bewust in de richtlijn is opgenomen.
De rechtbank concludeerde dat de aanvraag een herhaalde aanvraag is zonder relevant nieuw recht of nieuwe feiten. Daarom was er geen grond voor een rechterlijke beoordeling van het besluit en werd het beroep ongegrond verklaard. Het verzoek tot een voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de herhaalde asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen.