ECLI:NL:RBSGR:2007:BB3027
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige daad en debetstand bankrekening na faillissement
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde een civiele zaak tussen [A] en ABN AMRO Bank N.V. waarbij [A] stelde dat de bank onrechtmatig had gehandeld door een valse aangifte van oplichting tegen hem te doen en dat de bank wanprestatie had gepleegd door zijn kredietfaciliteit abrupt te beëindigen.
Feiten betroffen het faillissement van [A] in 1996, het openen van een bankrekening in 1998 zonder toestemming van de curator, en het toestaan van meerdere geldopnamen die leidden tot een debetstand van ruim NLG 97.000. ABN AMRO deed in 1999 aangifte van oplichting wegens het niet nakomen van toezeggingen tot storting.
De rechtbank oordeelde dat de aangifte niet vals was omdat ABN AMRO op goede gronden vermoedde te zijn opgelicht. De bank had geen onrechtmatige daad gepleegd. Ook was geen sprake van een kredietovereenkomst die niet opzegbaar was; de bank had geen verplichting om verdere opnamen toe te staan. De vorderingen van [A] werden afgewezen, terwijl de vordering van ABN AMRO tot betaling van de debetstand met rente werd toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van [A] af en veroordeelt hem tot betaling van €44.117,15 met rente aan ABN AMRO.