ECLI:NL:RBSGR:2007:BB2374
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende onderzoek toelating land van eerder verblijf
Eiseressen, van Afghaanse nationaliteit, dienden in maart 2001 een asielaanvraag in Duitsland in en vervolgens in Nederland, zonder het Duitse besluit af te wachten. Duitsland kende hen de vluchtelingenstatus toe, waarop de Staatssecretaris van Justitie hun Nederlandse aanvragen afwees op grond van artikel 31 lid 2 sub i van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat Duitsland als land van eerder verblijf werd beschouwd.
De rechtbank oordeelt dat de Staatssecretaris onvoldoende heeft onderzocht of eiseressen daadwerkelijk toegang tot Duitsland behouden, zoals vereist volgens de Vreemdelingencirculaire 2000. De enkele mededeling van de Duitse autoriteiten dat zij als vluchteling zijn erkend, is niet voldoende bewijs dat zij toegang tot het grondgebied hebben of hun verblijf kunnen voortzetten.
De rechtbank vernietigt daarom de afwijzende besluiten en veroordeelt de Staatssecretaris in de proceskosten. Het hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigde later dit oordeel. De zaak benadrukt de onderzoeksplicht van het bestuursorgaan bij toepassing van artikel 31 lid 2 sub i Vw Pro 2000.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de verblijfsvergunning en draagt op tot nieuw besluit na nader onderzoek.