ECLI:NL:RBSGR:2007:BB1815
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep inzake familierechtelijke relatie bij MVV-aanvraag
Eiseres sub 2 diende namens zichzelf en haar kinderen (eisers sub 3, 4 en 5) een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) in het kader van gezinsvorming met haar echtgenoot, eiser sub 1. Verweerder stelde de aanvraag aanvankelijk buiten behandeling en voerde later afwijzing op grond van twijfel over de familierechtelijke relatie tussen eiseres sub 2 en haar kinderen. Verweerder baseerde zich op een intern onderzoek uit 1997 en notariële akten.
De rechtbank oordeelde dat het interne onderzoek niet voldeed als deskundigenbericht en onvoldoende was om de afwezigheid van een familierechtelijke relatie aan te tonen. De rechtbank stelde vast dat de gelegaliseerde geboorteakten en notariële akten voldoende bewijs leverden voor de relatie tussen eiseres sub 2 en eiseres sub 4, maar dat de relatie met eisers sub 3 en 5 onvoldoende was aangetoond.
Verder concludeerde de rechtbank dat verweerder de hoorplicht niet had geschonden en dat eisers geen concrete bewijsnood hadden aangetoond om een DNA-onderzoek te rechtvaardigen. De beroepen van eisers sub 3 en 5 werden ongegrond verklaard, terwijl het beroep van eiseres sub 4 gegrond werd verklaard wegens schending van het motiveringsvereiste en het vereiste van kennisverzameling door het bestuursorgaan. Verweerder werd opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.
Uitkomst: Het beroep van eiseres sub 4 is gegrond verklaard en verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen; de beroepen van eisers sub 3 en 5 zijn ongegrond verklaard.