ECLI:NL:RBSGR:2007:BB1228
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.P. Hameete
- J.A.M. van den Berk
- G.B. Raaphorst
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vreemdelingenbewaring en rechtmatig verblijf op grond van het Associatiebesluit 1/80
Eiser werd op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hij stelde zich op het standpunt dat hij rechtmatig verblijf ontleent aan het Associatiebesluit 1/80, omdat hij in 1978 voor gezinshereniging met zijn Turkse vader naar Nederland kwam en sindsdien hier woonde, onderwijs volgde en werkte.
De rechtbank oordeelde dat verweerder ten tijde van de inbewaringstelling niet hoefde uit te gaan van rechtmatig verblijf op grond van het Associatiebesluit 1/80. Eiser had onvoldoende onderbouwd dat zijn vader tot de legale arbeidsmarkt behoorde, noch dat hij aan de voorwaarden van artikel 6 en Pro 7 van het besluit voldeed. Ook zijn beroepsopleiding en arbeidsverleden waren onvoldoende geconcretiseerd.
Daarnaast was de inbewaringstelling gerechtvaardigd vanwege het risico dat eiser zich aan uitzetting zou onttrekken, gelet op het ontbreken van identiteitspapieren, vaste woonplaats, en eerdere strafrechtelijke veroordelingen. Het standpunt van eiser dat hij niet bijgestaan werd door zijn gemachtigde tijdens het gehoor werd verworpen, omdat de advocatenpiketdienst tijdig was geïnformeerd en eiser niet werd geschaad.
De rechtbank wees ook het verzoek om schadevergoeding af en oordeelde dat het beroep op het Europees Vestigingsverdrag niet ontvankelijk was omdat dit niet binnen het oorspronkelijke geding was ingebracht. Het beroep werd ongegrond verklaard en de bewaring gehandhaafd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.