ECLI:NL:RBSGR:2007:BB1222
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige inbewaringstelling van asielzoeker wegens ontbreken overleg IND
Eiser, een Turkse asielzoeker, werd op 16 juni 2007 in bewaring gesteld in afwachting van zijn uitzetting. Hij stelde dat de maatregel onrechtmatig was omdat er geen gegronde redenen waren om te vermoeden dat hij zich aan uitzetting zou onttrekken en omdat voorafgaand overleg met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) ontbrak.
De rechtbank oordeelde dat het toepassen van bewaring bij asielzoekers zo beperkt mogelijk moet zijn en dat de genoemde gronden zoals het ontbreken van vaste woon- of verblijfplaats en onvoldoende middelen van bestaan onvoldoende zijn om het vermoeden van ontduiking te onderbouwen. Tevens was geen voorafgaand overleg met de IND aangetoond, wat volgens de Vreemdelingencirculaire 2000 vereist is zolang de asielaanvraag niet is afgewezen.
De rechtbank concludeerde dat de inbewaringstelling in strijd was met artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en dat de belangen van eiser zwaarder wegen dan de tekortkomingen in de procedure. Het beroep werd gegrond verklaard, de bewaring opgeheven en aan eiser een schadevergoeding toegekend. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring werd gegrond verklaard, de bewaring opgeheven en een schadevergoeding toegekend.