ECLI:NL:RBSGR:2007:BB0700
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van bewaring en staandehouding op grond van redelijk vermoeden illegaal verblijf in Grand Café
Eiser, een Nigeriaanse vreemdeling verblijvend in het Uitzetcentrum Schiphol, stelde beroep in tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring opgelegd door verweerder op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet Pro 2000. Hij voerde aan dat er geen redelijk vermoeden van illegaal verblijf was, dat de bevoegdheid tot staandehouding voor een ander doel was gebruikt, en dat zijn rechten op rechtsbijstand niet correct waren nageleefd.
De rechtbank stelde vast dat de staandehouding en bewaring plaatsvonden in het Grand Café “Het Vervolg”, een locatie waar volgens politieonderzoeken en informanten regelmatig illegale vreemdelingen aanwezig zijn. Diverse proces-verbalen en rapporten onderbouwen het redelijk vermoeden van illegaal verblijf, mede door de aanwezigheid van meerdere illegale vreemdelingen en criminele activiteiten.
De rechtbank verwierp het betoog dat de bevoegdheid tot staandehouding misbruikt was voor strafrechtelijke doeleinden en oordeelde dat de Awbi niet van toepassing is op personen op een voor iedereen toegankelijke plaats zoals het café. Ook werd het proces-verbaal betreffende de verklaring van eiser over het al dan niet willen van een advocaat als juist beoordeeld.
Ten slotte concludeerde de rechtbank dat verweerder voldoende voortvarend handelt in de verwijderingsprocedure en dat de maatregel van bewaring niet in strijd is met de Vreemdelingenwet. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.