ECLI:NL:RBSGR:2007:BB0631
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- De Boer
- Wijnnobel-van Erp
- De Haan
- Rechtspraak.nl
Verdachte schuldig aan arbeid laten verrichten door illegalen zonder strafoplegging na gasexplosie
Op 28 juni 2003 vond een ernstige gasexplosie plaats in een pand aan de Herman Costerstraat in Den Haag. Verdachte werd meerdere feiten ten laste gelegd, waaronder het veroorzaken van de explosie en het laten verrichten van arbeid door personen die illegaal in Nederland verbleven. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende bewijs bestond om verdachte te verbinden aan de explosie en sprak haar daarvan vrij.
Wel werd vastgesteld dat verdachte werknemers, waaronder twee goudsmeden en een medewerkster, die illegaal in Nederland verbleven, arbeid liet verrichten terwijl zij daarvan op de hoogte was. Dit werd wettig en overtuigend bewezen. Verdachte werd hiervoor schuldig bevonden, maar de rechtbank legde geen straf of maatregel op vanwege haar persoonlijke omstandigheden, waaronder ernstige verwondingen door de explosie en de lange duur van de procedure.
De overige tenlastegelegde feiten, zoals het niet naleven van vergunningen en het bedrijfsmatig verhuren van panden, werden niet bewezen verklaard. De benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen tot schadevergoeding, aangezien verdachte werd vrijgesproken van de meeste feiten die schade zouden kunnen veroorzaken.
De rechtbank bepaalde dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt. De uitspraak weerspiegelt een zorgvuldige afweging van bewijs, persoonlijke omstandigheden van verdachte en de ernst van het bewezen verklaarde feit.
Uitkomst: Verdachte is schuldig bevonden aan het laten verrichten van arbeid door illegalen, maar krijgt geen straf opgelegd.