ECLI:NL:RBSGR:2007:BB0482
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing mvv-aanvraag wegens gevaar voor openbare orde ondanks beleidswijziging gezinsband
Eiser verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij zijn moeder in Nederland te verblijven. Eerder was een soortgelijke aanvraag in 1998 afgewezen wegens het feitelijk verbroken zijn van de gezinsband. Inmiddels was het beleid omtrent de gezinsband gewijzigd, waarbij aansluiting werd gezocht bij artikel 8 EVRM Pro, en dit nieuwe recht was gunstiger voor eiser.
De rechtbank oordeelde dat deze beleidswijziging relevant was en dat de huidige aanvraag niet als herhaalde aanvraag in de zin van artikel 4:6 Awb Pro kon worden aangemerkt. De inhoudelijke beoordeling leidde tot afwijzing van de aanvraag omdat eiser vanwege een veroordeling tot werkstraf een gevaar voor de openbare orde vormde.
Eiser voerde aan dat het middelenvereiste niet op zijn moeder van toepassing was en dat de afwijzing een schending van artikel 8 EVRM Pro en artikel 3 IVRK Pro inhield. De rechtbank verwierp deze argumenten, overwegende dat het belang van de openbare orde zwaarder woog en dat de belangenafweging van verweerder redelijk was.
Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen verblijfstitel. De rechtbank zag geen aanleiding voor kostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de mvv-aanvraag af wegens gevaar voor de openbare orde.