ECLI:NL:RBSGR:2007:BB0251
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens onrechtmatige uitzetting en onvolledige beroepsgronden
Eiser heeft een aanvraag tot verlening van een verblijfsvergunning ingediend, welke is afgewezen door verweerder. Binnen 24 uur na de beschikking heeft eiser een verzoek om voorlopige voorziening ingediend, maar is desalniettemin op 22 maart 2006 uitgezet naar Marokko. Hierdoor kon de gemachtigde van eiser de beroepsgronden niet met hem bespreken en was het beroep onvolledig.
De rechtbank stelt vast dat de uitzetting onrechtmatig was en dat de onvolledigheid van de beroepsgronden door toedoen van verweerder is ontstaan. Dit maakt dat de rechtbank zich niet in staat acht om inhoudelijk over het beroep te oordelen. Het verzoek om voorlopige voorziening is eveneens niet-ontvankelijk verklaard omdat het belang bij de voorziening is komen te vervallen door de reeds uitgevoerde uitzetting.
De rechtbank wijst erop dat hoger beroep mogelijk is bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na deze uitspraak. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten aan een van de partijen.
Uitkomst: Het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden niet-ontvankelijk verklaard wegens onrechtmatige uitzetting en onvolledige beroepsgronden.