ECLI:NL:RBSGR:2007:BA9347
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning wegens onjuiste toepassing categoriale bescherming, rechtsgevolgen in stand
Eiser, een Iraakse asielzoeker afkomstig uit Centraal-Irak, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder wees dit verzoek af op grond van het beleid dat terugkeer naar Centraal-Irak niet langer van bijzondere hardheid is en vanwege twijfel aan de geloofwaardigheid van het asielrelaas en de echtheid van documenten.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht twijfelde aan de geloofwaardigheid van het relaas en de authenticiteit van de documenten, waardoor het asielverzoek niet aannemelijk werd gemaakt. Echter, de veiligheidssituatie in Centraal-Irak is verslechterd, waardoor het beleid van categoriale bescherming ten onrechte niet werd toegepast. Het besluit wordt daarom vernietigd wegens onjuiste toepassing van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000.
Desondanks laat de rechtbank de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand, omdat eiser een contra-indicatie heeft vanwege een onherroepelijke veroordeling voor mishandeling. De rechtbank oordeelt dat verweerder in redelijkheid de verblijfsvergunning mocht onthouden op grond van openbare orde. Eiser slaagt ook niet in zijn beroep op subsidiaire bescherming onder de Definitierichtlijn, omdat categoriale bescherming niet gelijkgesteld kan worden met subsidiaire bescherming.
De rechtbank veroordeelt verweerder tot vergoeding van de proceskosten van €644,00 en wijst de Staat aan als de vergoedingsplichtige. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven gehandhaafd.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd wegens onjuiste toepassing van categoriale bescherming, maar de rechtsgevolgen blijven in stand vanwege een contra-indicatie.