ECLI:NL:RBSGR:2007:BA9212
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.F.C.J. Mosheuvel
- A.B.M. Hent
- J.R. van Es - de Vries
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep op afwijzing verblijfsvergunning vanwege voortgaande ongewenstverklaring
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel, welke door de staatssecretaris van Justitie is afgewezen. Tevens is de vreemdeling ongewenst verklaard. Hoewel het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel deels is ingetrokken, blijft de ongewenstverklaring gehandhaafd. De vreemdeling stelde beroep in tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning.
De rechtbank oordeelt dat de vreemdeling geen procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het beroep zolang de ongewenstverklaring voortduurt, omdat deze verklaring ieder rechtmatig verblijf uitsluit. De rechtbank verwijst naar eerdere jurisprudentie waarin is vastgesteld dat een vreemdeling pas belang heeft bij toetsing van de verblijfsvergunning wanneer de ongewenstverklaring is ingetrokken of opgeheven.
Verder overweegt de rechtbank dat de tegenwerping van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag en de mogelijke schending van artikel 3 van Pro het EVRM in de procedure tegen de ongewenstverklaring aan de orde kunnen komen. Er is geen sprake van onthouden van een effectief rechtsmiddel, zodat artikel 13 EVRM Pro niet is geschonden.
Op grond van deze overwegingen verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om inhoudelijke toetsing af.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt niet-ontvankelijk verklaard vanwege het voortduren van de ongewenstverklaring.