ECLI:NL:RBSGR:2007:BA9149
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod op uitlevering aan Verenigde Staten wegens goede rechtsbedeling
Eiser, met de Zwitserse nationaliteit, werd op 1 juni 2006 aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij een voorgenomen levering van 500.000 xtc-pillen aan de Verenigde Staten. De VS verzochten om uitlevering van eiser ter vervolging wegens medeplegen van invoer en verspreiding van xtc-pillen. De rechtbank Amsterdam verklaarde de uitlevering toelaatbaar en adviseerde de Minister van Justitie om toestemming te geven.
Eiser vorderde in kort geding dat de Staat der Nederlanden hem niet uitlevert zolang hierover niet onherroepelijk in hoogste instantie is beslist. Hij stelde onder meer dat uitlevering in strijd zou zijn met artikel 5 van Pro het Uitleveringsverdrag, het vertrouwensbeginsel, en dat er sprake was van onrechtmatige bewijsvergaring door Amerikaanse opsporingsambtenaren.
De rechtbank overwoog dat de Minister een marginale toetsing ondergaat en dat uitlevering slechts geweigerd kan worden bij evident onredelijkheid. De Minister had de uitlevering toegestaan onder de voorwaarde dat onrechtmatig verkregen bewijs niet wordt gebruikt, en de Amerikaanse autoriteiten gingen hiermee akkoord. Tevens werd toegezegd dat een liaison officer het proces zou bijwonen om naleving te bewaken.
De rechtbank concludeerde dat de Minister in redelijkheid tot uitlevering kon besluiten, dat het gelijkheidsbeginsel niet werd geschonden, en dat het vertrouwensbeginsel niet aan uitlevering in de weg stond. De vordering werd afgewezen en eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verbod op uitlevering af en bevestigt dat de Minister de uitlevering aan de VS op redelijke gronden heeft toegestaan onder voorwaarden.