ECLI:NL:RBSGR:2007:BA8800
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.T.B. de Vries
- J.S.W. Swinkels
- L.M. Kos
- Rechtspraak.nl
Ongewenstverklaring wegens drugsdelict disproportioneel en strijdig met artikel 8 EVRM
Eiser, van Libanese nationaliteit, werd ongewenst verklaard door verweerder vanwege een onherroepelijke veroordeling tot twee jaar gevangenisstraf wegens handel in verdovende middelen. Eiser had een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning om bij zijn Nederlandse echtgenote te verblijven. De rechtbank toetste de rechtmatigheid van de ongewenstverklaring en de inbreuk op het gezinsleven zoals beschermd door artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank overwoog dat hoewel eiser zich schuldig had gemaakt aan een drugsdelict, dit een eenmalige veroordeling was van zes jaar geleden zonder recidive. Bovendien had eiser nooit rechtmatig verblijf gehad dat hem in staat stelde zijn gezinsleven in Nederland uit te oefenen. De rechtbank hechtte zwaar aan het belang en welzijn van de twee kinderen, die geheel in Nederland zijn geworteld en geen band met Libanon hebben. De instabiele veiligheidssituatie in Libanon en de ontwrichting van het gezinsleven bij uitzetting waren doorslaggevende factoren.
De rechtbank concludeerde dat verweerder onvoldoende gewicht had toegekend aan deze belangen en dat de ongewenstverklaring disproportioneel was en in strijd met artikel 8 EVRM Pro. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het eerdere besluit herroepen. Tevens werden de proceskosten aan verweerder opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de ongewenstverklaring wegens disproportionaliteit en schending van artikel 8 EVRM.