ECLI:NL:RBSGR:2007:BA8786
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering tewerkstellingsvergunning wegens onvoldoende wervingsinspanningen werkgever seizoenarbeid 2005
De werkgever heeft tewerkstellingsvergunningen aangevraagd voor 100 werknemers voor ongeschoolde seizoenarbeid, waaronder Poolse, Bulgaarse en Oekraïense werknemers. De aanvragen zijn door verweerder geweigerd omdat voldoende prioriteitgenietend arbeidsaanbod op de Nederlandse arbeidsmarkt beschikbaar was en de werkgever onvoldoende wervingsinspanningen had verricht.
De werkgever voerde aan dat zij via advertenties en uitzendbureaus personeel had gezocht, maar de rechtbank oordeelde dat deze inspanningen onvoldoende waren, mede omdat de werkgever niet had deelgenomen aan het door verweerder georganiseerde Project seizoenarbeid 2005. De werkgever kon dit niet aannemelijk maken en had bovendien een openstaande rekening uit 2002 niet voldaan, waardoor deelname werd geweigerd.
De rechtbank stelde vast dat de minister de grenzen van zijn regelgevende bevoegdheid niet had overschreden met de Uitvoeringsregels Wet arbeid vreemdelingen, die voorschrijven dat bij onvoldoende wervingsinspanningen in de regel een vergunning wordt geweigerd. De werkgever kon geen bijzondere omstandigheden aanvoeren die afwijking rechtvaardigden.
Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat voor 2004 en 2006 andere beleidsregels golden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. Hoger beroep is mogelijk bij de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van de werkgever tegen de weigering van tewerkstellingsvergunningen wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende wervingsinspanningen en niet-deelname aan het Project seizoenarbeid 2005.