ECLI:NL:RBSGR:2007:BA8657
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering geloofwaardigheid asielrelaas
Eiser, van Iraanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van vreemdelingenrecht. Hij vreesde vervolging vanwege niet-naleving van Islamitische gedragsregels en een doodvonnis. Verweerder wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van het asielrelaas en het ontbreken van documenten ter onderbouwing.
Eiser overlegde kopieën van een Iraans vonnis en een arrestatiebevel, maar verweerder betrok deze documenten niet volledig bij de beoordeling van de positieve overtuigingskracht van het asielrelaas. De rechtbank oordeelde dat dit nalaten leidt tot een onvoldoende zorgvuldige voorbereiding en een gebrekkige motivering van het besluit.
De rechtbank stelde vast dat het ontbreken van authentieke documenten verweerder niet ontslaat van zijn verplichting om deze stukken mee te wegen bij het beoordelen van de geloofwaardigheid. Hierdoor is het besluit in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht genomen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en zorgvuldigheid, en verweerder moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen.