ECLI:NL:RBSGR:2007:BA8301
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Nakoming beëindigingsovereenkomst en schadevergoeding wegens niet-pro-forma ontbindingsprocedure
Eiseres trad in 1998 in dienst bij NDHK en werd in 2004 arbeidsongeschikt. In 2005 deed NDHK een voorstel tot ontbinding met schadeloosstelling op basis van factor C=1,25, dat eiseres aanvankelijk verwierp maar later in principe accepteerde onder voorwaarden. Er ontstond discussie over vakantiedagen en kerstgratificatie. NDHK diende vervolgens een ontbindingsverzoek in zonder vergoeding aan te bieden, waarna de kantonrechter de arbeidsovereenkomst ontbond met een vergoeding op basis van factor C=1.
Eiseres stelde dat een beëindigingsovereenkomst tot stand was gekomen en vorderde nakoming, waaronder betaling van de resterende schadeloosstelling, vergoeding van kosten rechtsbijstand en schade wegens niet-naleving van de fictieve opzegtermijn. NDHK betwistte het bestaan van een overeenkomst en voerde dat de kosten onredelijk waren en dat zij geen aansprakelijkheid had voor vermiste persoonlijke eigendommen.
De rechtbank oordeelde dat partijen op of rond 16 december 2005 overeenstemming bereikten over de essentiële punten van de beëindigingsovereenkomst. NDHK is tekortgeschoten door geen pro-forma ontbindingsverzoek in te dienen en schadevergoeding is toewijsbaar. De gevorderde schadevergoeding en kosten werden deels toegewezen, met uitzondering van de vordering voor vermiste eigendommen. NDHK werd veroordeeld tot betaling van diverse bedragen en het verstrekken van een eindafrekening en pensioenbewijs.
Uitkomst: NDHK wordt veroordeeld tot nakoming van de beëindigingsovereenkomst en betaling van schadevergoeding en kosten.