ECLI:NL:RBSGR:2007:BA8266
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst wegens concurrentiebeding en interne regel
De kantonrechter behandelde het verzoek van een werkgever om de arbeidsovereenkomst met een werknemer te ontbinden op grond van gewijzigde omstandigheden. De werknemer was eerder in dienst bij een moedermaatschappij binnen hetzelfde concern en trad later in dienst bij een dochtermaatschappij. Binnen het concern geldt een interne P.A.P. regel die het aannemen van medewerkers die korter dan drie jaar geleden bij een andere onderneming binnen het concern werkten, verbiedt.
De werkgever stelde dat deze regel en een kort gedingverbod tegen de werknemer om werkzaamheden uit te voeren, het functioneren onmogelijk maakten en daarom ontbinding rechtvaardigden. De werknemer betwistte kennis van de P.A.P. regel en voerde aan dat het concurrentiebeding per 1 mei 2007 zou vervallen. Tevens wees hij op eerdere gevallen waarin het concern geen beroep deed op het concurrentiebeding.
De kantonrechter oordeelde dat de P.A.P. regel geen verandering van omstandigheden vormt, omdat de werkgever hiervan op de hoogte was en de werknemer ondanks het concurrentiebeding in dienst nam. Het kort gedingverbod is onvoldoende reden voor ontbinding, mede omdat de werkgever bewust het risico nam dat de werknemer mogelijk niet mocht werken. De ontbindingsverzoek werd afgewezen en de werkgever werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen.