ECLI:NL:RBSGR:2007:BA7715
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.M.P.M. Weerdesteijn
- M.A.C. Prins
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Intrekking verblijfsvergunning wegens betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen in Afghanistan
Eiser, voormalig officier bij een speciale afdeling van de Afghaanse politie (Riasat-e Makhsous), kreeg zijn verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd ingetrokken op grond van artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. Verweerder stelde dat eiser zich schuldig had gemaakt aan ernstige misdrijven door zijn rol bij de opsporing en overdracht van politieke tegenstanders aan de veiligheidsdienst, die bekend stond om foltering en executies.
Eiser betwistte de aantijgingen en voerde aan dat hij te goeder trouw was en dat zijn werkzaamheden niet persoonlijk bijdroegen aan misdrijven. Tevens stelde hij dat hij bij terugkeer een reëel risico liep op een schending van artikel 3 EVRM Pro, onder verwijzing naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht artikel 1F had toegepast, gelet op het deelambtsbericht en eisers eigen verklaringen. Er was sprake van zowel 'knowing' als 'personal participation' in mensenrechtenschendingen. Het beroep op artikel 3 EVRM Pro faalde wegens gebrek aan concrete persoonlijke risico-aantoonbaarheid. Het beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de verblijfsvergunning bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking van de verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.