ECLI:NL:RBSGR:2007:BA7702
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit niet-ontvankelijkheid bezwaar bij verblijfsvergunning
De zaak betreft een bezwaarprocedure tegen twee besluiten van de Staatssecretaris van Justitie: een buiten behandeling stelling van een aanvraag verblijfsvergunning regulier wegens bijzondere individuele omstandigheden en een afwijzing van een aanvraag verblijfsvergunning voor het verrichten van arbeid in loondienst. Eiser diende op beide besluiten afzonderlijke bezwaarschriften in, waarna verweerder een nadere termijn stelde om de gronden aan te vullen.
Eiser diende tijdig nadere gronden in, maar deze waren gericht tegen het andere besluit dan het bezwaar waarvoor de termijn was gesteld. Verweerder verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens het niet tijdig indienen van de juiste gronden. De rechtbank oordeelt dat het tijdig indienen van nadere gronden voldoende is, ongeacht dat deze abusievelijk tegen het andere besluit waren gericht.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en bepaalt dat verweerder opnieuw op het bezwaar moet beslissen. Tevens veroordeelt de rechtbank de Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Hiermee wordt het belang van een correcte toepassing van de termijnen en ontvankelijkheidsvereisten in bestuursrechtelijke procedures benadrukt.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot niet-ontvankelijkheid van het bezwaar wordt vernietigd.