ECLI:NL:RBSGR:2007:BA7414
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering mvv-verblijf ouder bij minderjarig kind wegens onvoldoende belangenafweging
Eiseres, een vrouw van Ghanese nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om bij haar in Nederland geboren en getogen minderjarige dochter te verblijven. Verweerder weigerde dit op grond van artikel 3.24 van het Vreemdelingenbesluit 2000, waarbij werd geoordeeld dat eiseres geen onevenredige hardheid zou ondervinden door achterlating. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met de belangen van het kind, dat een sterke band met Nederland heeft en nauwelijks met Ghana.
De rechtbank stelde vast dat het gezinsleven tussen eiseres en haar dochter valt onder artikel 8 EVRM Pro, maar dat door het ontbreken van een verblijfsvergunning voor eiseres geen inmenging in het gezinsleven met de dochter werd gezien. Wel is er inmenging in het gezinsleven tussen de dochter en haar vader, die de Nederlandse nationaliteit bezit. De belangenafweging van verweerder was onvoldoende, met name ten aanzien van de gevolgen voor het kind bij terugkeer naar Ghana.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat verweerder binnen zes weken een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van deze uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de rechtbank op het beroep zelf had beslist. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot weigering van de mvv wordt vernietigd en verweerder moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.