ECLI:NL:RBSGR:2007:BA7407
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing medische noodsituatie bij weigering verblijfsvergunning wegens gedragingen artikel 1F Vluchtelingenverdrag
Eiser, een Iraanse nationaliteit, vroeg een verblijfsvergunning aan voor medische behandeling terwijl onherroepelijk was vastgesteld dat hij gedragingen had verricht als bedoeld in artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag. Verweerder wees de aanvraag af op basis van een BMA-advies dat stelde dat adequate medische zorg in het land van herkomst beschikbaar was en dat eiser kon reizen.
Eiser voerde aan dat het BMA-advies onvolledig was omdat het geen rekening hield met de noodzaak van een veilige behandelomgeving en mantelzorg bij ambulante behandeling, zoals bevestigd door zijn behandelend arts. De rechtbank stelde vast dat het BMA niet had onderzocht of de medische omstandigheden in Iran geschikt waren, met name met betrekking tot eisers geloofsovertuiging en de noodzakelijke zorgstructuur.
De rechtbank oordeelde dat het besluit niet zorgvuldig was voorbereid en onvoldoende was gemotiveerd, waardoor het beroep gegrond werd verklaard. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen, en verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Beroep gegrond verklaard en besluit tot weigering verblijfsvergunning vernietigd wegens onvolledig medisch advies en ondeugdelijke motivering.