ECLI:NL:RBSGR:2007:BA6771
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing herziening WAO-uitkering wegens andere ziekteoorzaak
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV waarin werd geweigerd zijn WAO-uitkering te herzien wegens vermeende toename van arbeidsongeschiktheid. Het UWV stelde dat de toename voortkwam uit een andere ziekteoorzaak dan waarvoor de uitkering oorspronkelijk was toegekend, namelijk psychische klachten in plaats van rugklachten.
De rechtbank oordeelde dat de medische beperkingen voortkomend uit een andere ziekteoorzaak wel degelijk moeten worden betrokken bij de beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid. Echter, op grond van artikel 37 van Pro de WAO vindt herziening van de uitkering niet plaats indien de toename het gevolg is van een andere oorzaak dan de oorspronkelijke ongeschiktheid.
Hoewel de rechtbank het beroep gegrond verklaarde en het bestreden besluit vernietigde, besloot zij op grond van artikel 8:72, derde lid, van de Awb de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten. Tevens werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser.
De zaak betreft een complexe afweging tussen medische feiten en wettelijke bepalingen omtrent herziening van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen, waarbij de rechtbank de formele rechtsgevolgen van het besluit handhaafde ondanks het gegrond verklaren van het beroep.
Uitkomst: Het beroep is gegrond verklaard, het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand.