ECLI:NL:RBSGR:2007:BA6267
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen afwijzing verblijfsvergunning medische behandeling wegens mvv-vereiste
Verzoeker, van Sierraleoonse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met het doel medische behandeling. Verweerder wees de aanvraag af wegens het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) en het ontbreken van een vrijstelling van het mvv-vereiste.
Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en stelde dat het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) onjuist was opgesteld in het kader van artikel 64 Vreemdelingenwet Pro 2000 (Vw) en niet in het kader van de aanvraag voor de verblijfsvergunning en vrijstelling van het mvv-vereiste. Tevens bracht verzoeker nieuwe medische informatie in en stelde dat hij recht had op een hoorzitting.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het bezwaar niet kennelijk ongegrond was, omdat het BMA-advies niet op de juiste wijze was opgesteld en de nieuwe medische informatie niet zonder meer kon worden genegeerd. Verweerder werd daarom verplicht verzoeker te horen en uitzetting werd verboden tot vier weken na beslissing op bezwaar. Tevens werden de proceskosten en griffierecht aan verzoeker toegekend.
Uitkomst: De rechtbank verbiedt uitzetting van verzoeker tot vier weken na beslissing op bezwaar en wijst de voorlopige voorziening toe.