ECLI:NL:RBSGR:2007:BA6125
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering ongeloofwaardigheid asielrelaas
Eiser, van Afghaanse nationaliteit, diende op 4 juni 2002 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. Verweerder wees deze aanvraag bij besluit van 4 november 2005 af, stellende dat het asielrelaas van eiser ongeloofwaardig was vanwege tegenstrijdigheden in zijn verklaringen en het ontbreken van bewijs voor zijn vrees voor vervolging.
De kern van het geschil betrof de vraag of de inconsistenties in de verklaringen van eiser hem konden worden tegengeworpen, mede gelet op het tijdsverloop van vijf jaar tussen het nader gehoor in 1999 en het aanvullend gehoor in 2005. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom deze tegenstrijdigheden aan eiser konden worden toegerekend, aangezien het tijdsverloop en traumatische omstandigheden het geheugen van eiser konden beïnvloeden.
Verder bleek uit het besluit en de procedure dat de status en het doel van het aanvullend gehoor niet duidelijk waren voor eiser en verweerder, waardoor het niet deugdelijk was gemotiveerd waarom het nader gehoor na vijf jaar opnieuw werd gehouden en de tegenstrijdigheden als reden voor ongeloofwaardigheid werden aangevoerd.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 644,- ten gunste van eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en niet in acht nemen van het tijdsverloop tussen gehoren.