ECLI:NL:RBSGR:2007:BA5952
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing vrijheidsontnemende maatregel wegens ontbreken zicht op uitzetting
Eiser is op 27 april 2007 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel, stellende dat er geen zicht is op uitzetting en dat het besluit onbevoegd is genomen. De rechtbank onderzocht de bevoegdheid van het besluit en oordeelde dat de hulpofficier van justitie bevoegd was om de maatregel namens de staatssecretaris van Justitie op te leggen, ondanks een verkeerde vermelding in het besluit.
De rechtbank overwoog dat sinds de opheffing van de vorige vrijheidsontnemende maatregel ruim twee jaar zijn verstreken, maar dat dit tijdsverloop op zichzelf niet betekent dat er geen relevante samenhang meer is met de reden van opheffing destijds. Er waren geen nieuwe feiten of omstandigheden die duidden op zicht op uitzetting. Het onderzoek door de Marokkaanse autoriteiten was nog niet afgerond en had geen nieuwe resultaten opgeleverd.
Daarom oordeelde de rechtbank dat de toepassing van de maatregel in strijd is met de wet en niet redelijk is. Het beroep werd gegrond verklaard, de bewaring werd per 10 mei 2007 opgeheven en eiser kreeg een schadevergoeding van €1060 toegekend voor de periode dat hij ten onrechte vastzat. Tevens werden de proceskosten van €644 aan eiser toegekend.
Uitkomst: De rechtbank heft de vrijheidsontnemende maatregel op wegens ontbreken van zicht op uitzetting en kent een schadevergoeding toe.