ECLI:NL:RBSGR:2007:BA5944
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid vreemdelingenbewaring na wijziging generaal pardoncriterium
Eiser werd op 9 mei 2007 in vreemdelingenbewaring gesteld wegens het ontbreken van rechtmatig verblijf en het belang van de openbare orde. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel, stellende dat de voortzetting van de bewaring onrechtmatig was vanwege een gewijzigde regeling omtrent het generaal pardon.
De rechtbank constateerde dat ten tijde van de inbewaringstelling eiser niet voldeed aan het openbare ordecriterium van het generaal pardon en dat dit niet was betwist. Op 15 mei 2007 was het criterium gewijzigd, waardoor strafrechtelijke veroordelingen onder een maand celstraf niet langer tegen het pardon worden geworpen. Eiser was tot minder dan een maand veroordeeld, maar er bestond twijfel over de onafgebroken verblijfsduur in Nederland.
De rechtbank oordeelde dat de bewaring op het moment van wijziging nog niet onrechtmatig was, maar dat verweerder het onderzoek naar de overige pardoncriteria voortvarend moest afronden. Eiser werd gewezen op de mogelijkheid om opnieuw beroep in te stellen tegen de uitkomst van dat onderzoek.
Uiteindelijk concludeerde de rechtbank dat de vrijheidsontnemende maatregel niet in strijd was met de wet en in redelijkheid gerechtvaardigd was, waarna het beroep ongegrond werd verklaard en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de vreemdelingenbewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.