ECLI:NL:RBSGR:2007:BA5923
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering proceskostenvergoeding na herroeping visumafwijzing onrechtmatig
Eiser diende een aanvraag in voor een visum kort verblijf, die door verweerder werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van het doel, de verblijfsomstandigheden en de middelen van bestaan. Na bezwaar en beroep werd het primaire besluit herroepen en het visum verleend, maar de proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase werd geweigerd.
De rechtbank oordeelde dat de weigering van de proceskostenvergoeding onderdeel uitmaakt van het besluit op bezwaar en dat eiser ontvankelijk is in zijn beroep. De motivering van het primaire besluit was onbegrijpelijk en verweerder had in de aanvraagfase om aanvullende stukken moeten vragen, waardoor het primaire besluit onrechtmatig en aan verweerder te verwijten was.
De rechtbank wees het verzoek om immateriële schadevergoeding af wegens onvoldoende onderbouwing. Het beroep werd gegrond verklaard voor zover het betrekking had op de proceskostenvergoeding, het bestreden besluit werd vernietigd en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt de weigering van proceskostenvergoeding en veroordeelt verweerder tot betaling van proceskosten en griffierecht.